Waarom brandbaar stof een explosierisico is
Stof dat op de grond ligt is hooguit vervuiling. Datzelfde stof in de lucht, in de juiste concentratie en met een ontstekingsbron erbij, is een explosierisico. Meel, suiker, houtstof, aluminiumpoeder, melkpoeder en zetmeel gedragen zich onder die omstandigheden explosief. In de branche wordt gesproken over een stofexplosie en, bij ontsteking van opgewarreld stof daarna, over een secundaire explosie.
Die tweede knal richt meestal de meeste schade aan. De eerste, beperkte explosie brengt het stof dat op leidingen en balken ligt in beweging, waarna dat op zijn beurt ontsteekt. Om die reden is het wegnemen van stoflagen niet alleen een kwestie van netheid, maar een veiligheidsmaatregel die in de risico-inventarisatie thuishoort.
Hoe een zone-indeling tot stand komt
De werkgever legt de risico’s vast in een explosieveiligheidsdocument. Daarin staat waar brandbaar stof in gevaarlijke concentraties kan voorkomen, en hoe vaak. Die frequentie bepaalt de zone: zone 20 waar een explosieve atmosfeer vrijwel voortdurend aanwezig is, meestal binnen in een installatie of silo; zone 21 waar dat bij normaal bedrijf af en toe gebeurt, bijvoorbeeld rond een vulpunt; zone 22 waar het alleen kortstondig of bij een storing optreedt.
De zone is dus geen eigenschap van het product maar van de plek en het moment. Bij een geplande onderhoudsstop verandert de indeling: een ruimte die normaal zone 22 is, kan tijdens het openen van een installatie tijdelijk zwaarder worden ingedeeld. Wie alleen naar de vaste zonering kijkt, mist precies die momenten waarop er ook echt gewerkt wordt.
Wat de zone betekent voor de machine
Uit de zone volgt de categorie apparatuur die er gebruikt mag worden. Voor zone 22 volstaat doorgaans een machine van categorie 3D, zone 21 vraagt categorie 2D, en in zone 20 komt reinigingsapparatuur zelden binnen omdat daar in de installatie zelf gewerkt wordt.
Praktisch betekent dat: kijk eerst in het explosieveiligheidsdocument en pas daarna naar de machine. Wie voor een sanering of een onderhoudsstop een ATEX stofzuiger huren wil, moet de zone-aanduiding en de stofsoort kunnen doorgeven, want daaruit volgen de vereiste categorie, de aarding en het filtertype. Een machine die te licht is ingedeeld, mag er niet komen; een machine die te zwaar is ingedeeld, werkt wel maar kost onnodig veel.
Fouten die de zonering ondermijnen
De meest gemaakte fout zit in de aarding. Een gecertificeerde machine met een antistatische slang die niet doorverbonden is, bouwt alsnog lading op. Controleer de doorgang van de aarding voor gebruik; dat is een meting van enkele seconden.
Een tweede fout zit in het verlengsnoer en de stekker: die vallen buiten de certificering van de machine zelf en worden regelmatig vergeten. En een derde: het legen van de opvangbak buiten de zone lijkt veilig, maar bij het uitkloppen ontstaat juist een stofwolk. Werk daarom met een gesloten opvangsysteem waarbij de zak wordt afgesloten voordat hij eruit gaat.
Huren bij tijdelijke of wisselende zones
Veel bedrijven hebben maar een paar keer per jaar met een zwaardere zone te maken, meestal rond een geplande stop of een verbouwing. Een gecertificeerde machine permanent op de werf hebben staan is dan een dure oplossing, zeker omdat de certificering periodieke controle vraagt om geldig te blijven.
Huren lost dat op, mits de verhuurder de keuringsdocumenten meelevert en de machine in de juiste categorie is ingedeeld. Vraag daar expliciet naar; een leverancier als Rentimo levert die papieren standaard mee, maar dat is niet overal vanzelfsprekend. Leg de gegevens van de gehuurde machine ook vast in het werkdossier, zodat achteraf aantoonbaar is welke apparatuur in welke zone is ingezet.
